“Afrika heeft mij altijd getrokken. Ik weet ook niet precies waarom. Het zit ‘m in de cultuur, in de mensen, in de geuren, de kleuren.” Susanne Beentjes (33) is al haar hele leven vol van Afrika. “Het is net alsof ik daar meer lééf dan hier.” Half november 2019 is ze als lekenmissionaris van de S.M.A. voor vier jaar uitgezonden naar Tanzania.

Samen met haar zoontje Jacob (7) is Beentjes opnieuw naar Afrika vertrokken. Opnieuw, want dit is niet haar eerste kennismaking met het continent. Eerder deed ze vrijwilligerswerk in Ghana en woonde ze vijf jaar in Tanzania. Ze weet goed waar ze aan begint en kiest daar bewust voor. Ze heeft er zelfs haar goedbetaalde baan als gezondheidswetenschapper bij een farmaceutisch bedrijf in Nederland voor opgezegd. “Ik geef niet veel om geld of materiële zaken," zegt Beentjes. "Ik ben veel liever als persoon gelukkig. De essentie van mijn keuze is dat ik weer met de mensen in Afrika mag werken. Dat zie ik als mijn levensinvulling.”

Susanne Beentjes groeide op in De Rijp in Noord-Holland. Haar grote droom was om tropenarts te worden. Maar ze werd uitgeloot en dus werd het een studie gezondheidswetenschappen, aangevuld met een master in International Public Health. Beide studies leken nog de beste kans te bieden om in Afrika terecht te komen. Waar die aantrekkingskracht vandaan komt, weet ze niet. “Geen idee. Niemand in mijn omgeving heeft iets met Afrika. Ik heb ook geen oom die missionaris is of een ander familielid dat er geweest is, laat staan dat ik ooit van de S.M.A. had gehoord.”

In haar studententijd diende zich een gelegenheid aan om voor de eerste keer naar Afrika te gaan. Later kreeg ze de kans om vijf maanden wetenschappelijk werk in Tanzania te doen. Beentjes: “Samen met een gynaecoloog en deed ik onderzoek naar zwangere vrouwen in het zuiden van het land. Dat was een geweldige tijd. Daar heb ik ook mijn vriend en latere echtgenoot Akimu ontmoet. Terug in Nederland heb ik na een half jaar besloten om terug te gaan naar Afrika, met het doel om daar een bestaan op te bouwen.”

Een rigoureuze stap. Maar vol jeugdig enthousiasme begon ze aan het avontuur, zo vertelt Beentjes. “Ik hoopte een baan te vinden in Tanzania en daar samen met Akimu een leven te kunnen opbouwen.” Dat liep aanvankelijk niet zo makkelijk als ze zich had voorgesteld. “Als westerling werk zoeken in Afrika zonder dat er een organisatie achter je staat, is niet gemakkelijk. Bij gewone sollicitaties laten ze toch liever eigen mensen voorgaan. Je meerwaarde als buitenlander zit vooral in het feit dat je meerdere talen spreekt. Ik kwam dus al heel snel in het toerisme terecht. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het heel lastig was om een andere baan te vinden. De eerste tijd was best eenzaam en ook heel onstabiel.”

Langzaam lukte het toch om een enigszins geregeld leven op te bouwen. Beentjes en haar man huurden een huisje net buiten Dar es Salam. Ze hadden een inkomen en met hard werken, lukte het om rond te komen. “Het lastigste was nog om een nieuw netwerk op te bouwen,” herinnert Beentjes zich uit die tijd. “Voor Afrikanen blijf je toch altijd de westerling, en dus rijk. Terwijl ik heel hard moest werken voor een lokaal salaris. Er waren maanden dat we maar net de eindjes aan elkaar konden knopen.” In die tijd werd ook haar zoontje Jacob geboren. “We leefden daar echt als gezinnetje. Dat ging op zichzelf heel goed. Maar omdat we buiten de stad woonden, moest ik ’s ochtends om vijf uur al de deur uit en kwam ik ’s avonds om acht uur pas thuis, door de afstand en de vele files. Dat ging me langzaam opbreken.”

Na vijf jaar besloot Beentjes terug te keren naar Nederland. “Jacob was langzaam op een leeftijd dat hij naar school moest en daar hadden we geen geld voor. Met pijn in het hart hebben we toen besloten naar Nederland te verhuizen.” Hier vond ze al snel een nieuwe baan, maar voor haar man was het lastiger. “Hij kon hier niet aarden. Daar kwam bij dat hij thuis de oudste was en de verantwoordelijkheid voelde voor zijn broers en zussen. Op die afstand was dat niet te regelen. Hij is teruggegaan, om zijn studie rechten af te maken en om voor zijn volk te werken. We hebben nog wel contact, maar onze relatie is helaas over.”

Inmiddels woonden Beentjes en haar zoontje vier jaar in Nederland. Maar het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Toen ze begin 2019 een oproep van de S.M.A. voor missionaire veldwerker onder ogen kreeg, begon het weer te kriebelen. “Ik heb contact opgenomen en al heel snel bleek dat we op dezelfde lijn zitten. De kennismaking met de S.M.A. voelde als thuiskomen. Dat zit ‘m vooral in het doel dat we delen: er zijn voor Afrikanen, waar ook ter wereld. Ik ervaar binnen de sociëteit een echt gemeenschapsgevoel.”

Na het gebruikelijke voorbereidingstraject en een exposure visit, besloot Beentjes het avontuur opnieuw aan te gaan. “Maar nu wel met een stabiele basis,” zegt ze. “Ik was heel blij met het voorbereidingstraject. Dat had ik de vorige keer niet gehad en dat bleek toch wel heel erg verhelderend te zijn. Ook de religieuze vorming heb ik als een waardevolle extra dimensie ervaren. Ik ben katholiek opgegroeid, maar dit speelde de laatste jaren geen grote rol meer. Toch heeft spiritualiteit en geloven mij altijd geboeid en ben ik blij dat ik nu de kans krijg dit voor mij zelf te verdiepen, samen met gelijkgestemenden van de S.M.A."

Eind november 2019 is Beentjes naar Tanzania vertrokken. Samen met haar zoon Jacob, voor wie Afrika ook niet nieuw is. “Hij is weliswaar in Nederland geboren, maar de eerste jaren van zijn leven in Tanzania opgegroeid. Toen we op exposure visit waren, bewoog hij zich binnen een dag weer helemaal als een Tanzaniaan. Terwijl hij nog maar een kleuter was, toen we daar weg gingen. Ik vind het wel leuk dat hij in twee culturen opgroeit. In Tanzania sprak ik Nederlands met hem, maar gaf hij in het Swahili antwoord. Terug in Nederland pakte hij heel snel het Nederlands op en sprak ik af en toe Swahili om het een beetje levend te houden.”

Inmiddels is Beentjes met Jacob vertrokken naar Mwanza aan het Victoriameer. Daar neemt ze de rol van coördinator van het Luluproject voor straatmoeders over van Corine ’t Hart, die in 2019 terugkeerde. Tijdens het exposure visit is Beentjes al even op bezoek geweest. Ze heeft heel veel zin om er op haar eigen manier mee verder te gaan. En ze is dolblij dat ze weer in Afrika kan werken. “De laatste jaren heb ik in een commerciële omgeving gewerkt. Ik heb me die wereld eigen gemaakt om te kunnen overleven, maar op een gegeven moment mezelf wel de vraag gesteld: wie ben ik? Wat wil ik? Wat vind ik belangrijk? Het antwoord daarop was steeds: mijn hart ligt in Afrika. Die uitdaging wil ik aangaan. Ik heb er ontzettend veel zin in.”