‘Het was moeilijke tijd, maar nooit spijt gehad'

Lekenmissionaris Colinda Janssen teruggekeerd uit Afrika 

Ze wilde eigenlijk dieren leren verzorgen. Het werden mensen. En als het even kan in moeilijke omstandigheden: meervoudig gehandicapten, drugsverslaafden of daklozen. “Als ik mensen die door iedereen afgeschreven zijn, weer een duwtje in de goede richting kan geven, ben ik gelukkig.” Colinda Janssen (52) is al twintig jaar geassocieerd lid van de S.M.A. Onlangs keerde ze na bijna zes jaar terug van haar tweede uitzending naar Afrika. “Heel misschien volgt er wel een derde.”

In 2001 werd Colinda Janssen door een vriendin uitgenodigd om mee te gaan naar het Missiehuis van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën in Cadier en Keer. Die vriendin had daar een kennismakingsgesprek over een mogelijke uitzending als lekenmissionaris naar Afrika.

Janssen rekende op een leuk dagje Maastricht. Op de terugweg naar Deventer haakte de vriendin af en bleek Colinda verkocht. “Tijdens mijn opleiding als verpleegkundige was ik wel eens in Oost-Europa geweest. Daar wilde ik eigenlijk graag weer naartoe om verslaafde kinderen te helpen. Of naar Azië, dat leek me ook wel wat.”

Maar het werd Afrika. Van 2003 tot 2009 en van 2015 tot mei van dit jaar werd ze twee keer als S.M.A.-lekenmissionaris uitgezonden. De eerste periode naar Ghana en de tweede keer naar Liberia. Beide periodes gingen niet vanzelf, vertelt Janssen in de tuin van haar nieuwbouwhuis in Twello, waar ze sinds kort woont. Na een poging om dierenartsassistente te worden, koos ze toch voor een opleiding tot verpleegkundige. Ruim twaalf jaar werkte ze met meervoudig gehandicapten. 

Hoe ben je vanuit het werk in de gehandicaptenzorg in Afrika terechtgekomen?
“Ik was altijd al van plan om naar het buitenland te gaan. Ik had al een keer korte tijd in Roemenië gewerkt. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik te soft was voor Afrika. Maar de vriendin van mij zei: ‘De S.M.A. is leuk.’ Ik ben toen met haar meegegaan naar Cadier en Keer. Toen ik in de gang van het Missiehuis de foto’s van Afrika zag hangen, was ik direct enthousiast. Ik dacht: dit ga je doen! Ik wilde meer inhoud aan mijn leven geven.”

Maar missionaris worden in Afrika is toch wel even een stap.
“Na het bezoek aan de S.M.A. was ik ervan overtuigd dat dit mijn roeping was. Alles viel op z’n plek. Mijn vader had ook ooit missionaris willen worden. Zelf heb ik zeker ook iets met het geloof. Geloof je in God, dan geef je liefde en ik geloof in liefde. Tijdens mijn jaren in Afrika heb ik ook altijd het gevoel gehad dat God bij mij was.”

Wat was je ideaal toen je naar Afrika ging?
“Ik had niet het idee dat ik per se iets wilde bereiken. Wel wilde ik me graag inzetten voor mensen die verstoten waren en hen weer terugbrengen in de gemeenschap. Met name geestelijk gehandicapten worden in Afrika niet overal geaccepteerd. Er heerst vaak nog het idee dat ze behept zijn met kwade geesten. Als blanke vrouw val je in Afrika sowieso op en als uitgerekend jij dan zo’n uitgestotene omarmt, stel je daarmee een voorbeeld dat hopelijk tot meer acceptatie van gehandicapten leidt.”

Is dat ook gelukt?
“Tijdens mijn periode in Ghana heb ik heel veel verschillende dingen gedaan. Ik zou inderdaad voor het gehandicaptenproject ‘Hope for Life’ gaan werken. Maar dat ging niet door en toen kwam ik in het vluchtelingenkamp Buduburam terecht. Daar woonden veel Liberianen die gevlucht waren voor de burgeroorlog in hun land. Ik heb er ik met gehandicapten kunnen werken en met aidspatiënten. Ik woonde in een klein dorpje vlak bij het kamp en dat beviel me eigenlijk heel goed. Ik heb er toen wel eens over gedacht om voorgoed in Ghana te blijven.”

Maar dat is er niet van gekomen?
“Nee, want ik werd na enige tijd overgeplaatst naar een project voor straatmeiden in Accra. Dat beviel me niet zo. Ik wilde veel liever in het psychiatrisch ziekenhuis werken. Uiteindelijk ben ik me met drugsverslaafden gaan bezighouden. Ik had ook Mohammed leren kennen, een Ghanees met wie ik daar getrouwd ben. In 2009 zijn we samen naar Nederland gekomen, maar het was voor hem heel moeilijk om hier zijn draai te vinden. Uiteindelijk heeft het huwelijk geen standgehouden. De scheiding was voor mij wel aanleiding om opnieuw naar Afrika te gaan.”

Leg eens uit.
“Toen wij in 2009 vanuit Ghana naar Nederland kwamen, waren er hier allerlei dingen veranderd die ik gemist had. Het ziekenfonds bleek niet meer te bestaan en iedereen had opeens een mobieltje. Ik snapte in het begin helemaal niet hoe dat allemaal werkte. Ik was moest werk zoeken en ik maakte me zorgen over Mohammed, die hier geen aansluiting vond. Het was best een ingewikkelde tijd. Dus toen we uit elkaar gingen, heb ik besloten terug te gaan naar Afrika.”

Het is bijzonder dat een lekenmissionaris voor een tweede keer wordt uitgezonden.
“Dat komt inderdaad niet vaak voor. Maar ik wilde het heel graag. Na zes jaar had ik het helemaal met Nederland gehad. Ik wilde terug naar Afrika. En ik wilde naar Liberia, had ik me bedacht. In juni 2015 heb ik een exposure visit gedaan om te kijken of ik dit echt wel weer wilde. Ik kwam in Liberia allerlei mensen tegen die ik nog uit het vluchtelingenkamp kende. Dat sprak me direct aan. Datzelfde jaar ben ik voor de tweede keer uitgezonden.”

Wat ben je in Liberia gaan doen?
“Ook weer een heleboel verschillende dingen. Ik heb maaltijden aan schoolkinderen verstrekt, met dove kinderen gewerkt, bij een vrouwenproject, in een leprakolonie en op het laatst ook veel met alcohol- en drugsverslaafden die door een kerk worden opgevangen. Liberia is lang in oorlog geweest en iedereen is zwaar getraumatiseerd. Ik heb veel ex-kindsoldaten ontmoet. Het was een moeilijke tijd. In het begin heb ik ook wel wat conflicten gehad, dat maakte het allemaal niet gemakkelijker. Gelukkig waren er ook leuke dingen. Bij het vrouwenproject maakten we zeep en plastic tasjes van afval, voor het Nederlands initiatief Mamaluv mocht ik kraampakketten uitdelen aan zwangere vrouwen en via een ROC in Twente heb ik sponsoring voor een school kunnen regelen.”  

Hoe kijk je op je tijd in Liberia terug?
“Het was een zware missie. Na een paar jaar zag ik voor mezelf geen toekomst meer in Afrika. Toen ik 50 werd, dacht ik: wat wil je nu? Toen heb ik besloten om mijn periode af te maken en dan naar Nederland terug te keren. Dat zou aan het einde van dit jaar zijn. Ik wilde enkele projecten afronden en nog wat door Afrika rondreizen. Via facebook had ik al contacten gelegd met priesters die ik ken in Ivoorkust en Nigeria om hen te bezoeken. Toen kwam corona. Er was vaak geen stroom en de diesel was op. Daardoor werd het leven in Liberia ook gevaarlijk. Toen de grenzen dicht gingen, was ik bang dat ik nergens meer heen kon. Toen ben ik van de ene op de andere dag naar Nederland vertrokken.”  

Dus je uitzending was opeens afgelopen?
“Het idee was dat ik tijdelijk in Nederland zou blijven. Ik woonde bij vrienden en om toch wat te doen, ben ik met dementerenden gaan werken die op de IC-afdeling lagen. Het contact met de mensen vond ik heerlijk. Maar het was een hoop gedoe met formaliteiten en de verzekering, omdat ik officieel niet in Nederland woonde. In oktober vorig jaar ben ik teruggegaan naar Monrovia om afscheid te nemen. In mei ben ik definitief teruggekeerd. Dat was verwarrend, omdat ik het gevoel had dat ik mijn werk niet afgerond had. Ik heb nog steeds contact met het opvangproject waar ik werkte en ik onderhoud ook hun website nog. De laatste weken in Liberia heb ik nog een zeldzame vorm van malaria gekregen, waardoor ik ziek naar huis ben gekomen.” 

Hoe kijk je al met al op die twaalf jaar in Afrika terug?
“Liberia was heel intens. Ghana was veel relaxter. Liberia is een ruig land. Ook de mensen. Je merkt dat het land een andere geschiedenis heeft. Ghanezen zijn trots op hun land. Liberianen willen allemaal naar Amerika. Het is een land zonder veel commitment. Na de burgeroorlog is er geen waarheidscommissie geweest. Er is niemand berecht. Iedereen die nu in het overheidssysteem werkt, heeft op een of andere manier vuile handen gemaakt.”   

Dat klinkt allemaal niet positief.
“Toch kan ik niet zeggen dat ik blij ben dat ik er weg ben. Het waren twaalf mooie jaren, maar ik heb zeker niet alles cadeau gekregen. In Ghana had ik willen blijven, in Liberia was ik vooral moe. Je kunt niet alleen geven, je moet ook ontvangen. Het is moeilijk om in Liberia spirituele voeding te krijgen.”

 Wat heeft het jou gebracht?
“Ik ben er een wijzer mens van geworden. Het was een prachtige ervaring. Ik heb ook nooit spijt van mijn keuze gehad. Ik mis de warmte van de mensen. En altijd: “Thank God”. Voor elke nieuwe dag. God is er.”

Komt er nog een derde periode?
“Misschien wel. Maar dan wel anders dan de voorgaande keren. Ik wil geen langere periodes meer in Afrika verblijven, maar elk jaar een paar weken om een project te begeleiden, dat zou heel mooi zijn.”

Steun de S.M.A.

Steun S.M.A Nederland en doneer!